1. ../../resources/background-green.jpg
www.i-mac.be
Ik, mijn Mac … de Wereld
Enter the name for this tabbed section: Vogezen

Maandagmorgen 11 mei 2009, ten huize bij Hans. Druppelsgewijs kopen de eerste collega's toe. Het povere zonnetje zorgt direct voor een warme sfeer. De bagage wordt onderin de aanhangwagen geplaatst. Die aanhangwagen is best indrukwekkend. Er passen zonder enige moeite 10 fietsen op, en er kan voor 10 man probleemloos bagage mee.

Wie zijn de Vogezen gangers dit jaar? Gino, Geert, nog een Geert, Erwin, Yves, Richard, Stijn en mezelf (Hans). Morgen volgen nog Bruno, Thomas, Peter en Filip).

Intussen horen we de eerste grappen. Iedereen staat te popelen om naar La Bresse te vertrekken. Er scheiden ons nog 556 km. Omstreeks 9u00 start Gino de motor, en weg zijn we!!!




Het verkeer lijkt mee te vallen. Te Brussel gaat alles zelfs zeer vlot. Na het 4-armen kruispunt rijden we de autosnelweg richting Luxemburg. Deze is ook gekend als de "Autoroute du Soleil". Alleen valt er hier beetje zon te zien. Integendeel, de regen valt met emmers uit de lucht. Op de eerste pitsstop is het spurten naar binnen om niet doornat te worden. Een reden te meer om hier niet lang te blijven plakken. Ik biedt Gino intussen een tasje heerlijke (?) koffie aan, kwestie geconcentreerd verder te kunnen blijven rijden.

Te Luxemburg wacht de noodzakelijke halte om te tanken. Het is intussen middag en de honger laat zich voelen (en soms ook horen). De belegde broodjes komen van bij "Johan's Lunch". De vrouw van Yves is daar werkzaam, en we konden onze bestelling aan Yves doorgeven. Hij bracht de broodjes mee voor ons. Zo kon hij zijn vrouw nog
eens goed muilen een zoen geven.



Na een half uurtje rijden we verder naar onze eindbestemming. Metz en Nancy volgen elkaar snel op, en binnen de kortste keren zien we de borden "Epinal" al aangeduid staan. De eerste heuvels worden stilletjes bergen. Al is dat voor Richard blijkbaar een teleurstelling van formaat. Ik gebruik even zijn woorden : "Bergen? Dat is hier even plat als bij ons!". De reactie van alle anderen is veelzeggend : "Oooooooh Richard, dat ga je je nog beklagen ;-) ".

Iets verder is de reis voor Richard bijna gedaan, als Gino opmerkt dat er een fiets is losgekomen van de aanhangwagen. Gelukkig hangen de fietsen nog eens aan elkaar vast als extra verankering. Eerlijk gezegd, het angstzweet brak me even uit. Maar eind goed, al goed.



Te Remiremont gaan we weg van de autosnelweg, en naderen we stukje bij beetje La Bresse. We merken de "Voie Verte" op, waar we iets later gaan op fietsen. Na bijna 7 uur brengt Gino ons veilig aan Hotel Les Chatelmines. De fietsen en de bagage worden gelost. We checken in, en een dik uur later staat iedereen klaar voor de eerste kilometers.

We houden de eerste rit traditioneel kalm. We dalen af naar Cornimont, en volgen daar de "Voie Verte" tot in Vagney. Eens daar (±18 km lichtjes dalen) wacht de eerste beklimming. En intussen is de zon van achter de wolken geschoven. De temperatuur wijst ±20° aan. Meer moet dat niet zijn.

De eerste klim is de Col de la Croix des Monats. Die is van in Vagney pakweg 8,8 km lang. De klim is op een stuk van 7,5% na, steeds in de buurt van 6,5%. Een deel vliegt naar boven, waar anderen het liever rustiger doen. Er komen nog andere bergen de volgende dagen.

Na 1u36 staan we weer aan het hotel. Uiteraard na een spelletje koersen tot aan het hotel. Dju, wat doet het goed hier weer te zijn!!! Na een verkwikkende douche mogen we de eerste keer aanschuiven aan tafel. Nadien wordt de eerste dag etappe beschreven. Iedereen knikt goedkeurend toe.
Dinsdag 12 mei,



aan de ontbijttafel vult iedereen zijn maag met de nodige suikers. De confituur en choco worden rijkelijk uitgesmeerd op de stokbroden. Ook de croissants en de boterkoeken met chocolade laten zich smaken. Terwijl de suikers zich een weg banen naar onze magen wordt de eerste lange rit nog eens op tafel gelegd.
We dalen af naar Cornimont, en volgend daar de weg naar Ventron. Via de Col d'Oderen gaat het naar Kruth. Een paar kilometers verder beklimmen we de Markstein. Die deden we nog nooit. Boven komen we aan op de Routes des Crêtes. Na ±20 km komen we dan op het kruispunt op de Col de la Schlucht.

Vandaar is het afdalen naar La Bresse. De liefhebbers kunnen hier nog een extra lus aanbreien. De anderen kunnen eventueel genieten van het terras.

Rond de klok van 10u00 staan we klaar. Het zonnetje heeft moeite om de strijd met de wolken te winnen. Maar voorlopig ziet het er goed uit.

We zijn net voorbij Cornimont als de eerste druppels vallen. Het sein om een regenjas aan te doen.

Op dat moment valt de groep wat uiteen, en fietsen de eersten grandioos verkeerd. Dit ondanks de nodige uitleg. Grrrrr En zeggen dat ik 's morgens nog het GPX bestand aan Yves gaf. Hoe is dat spreekwoord ook weer? Wat baten GPS en bril, als den uil niet zienen wil.

Tot overmaat van ramp zat ik op dat moment achteraan, dit omdat ik mijn Oregon camera van mijn fiets aan het halen was (niet echt waterdicht). Dus moest ik mijn hart uit mijn ziel roepen om de anderen te doen terugkeren. Maar dat kostte me verdomd veel moeite.

Maar goed, na dit korte oponthoud was iedereen op de goede weg. Alleen begon het meer en meer te regenen. Meer zelfs, het begon te gieten. Boven op de Col d'Oderen

Afdalen in de regen is geen sinecure. Maar als je er een beetje je verstand bij houdt, dan lukt dat wel. Alleen krijg je het heel snel koud. Gelukkig is de volgende beklimming niet veraf.

Die is niet al te lastig. Wel is de Markstein met zijn 14,6 kilometer één van de langste die je kan maken in de Vogezen. Alleen de Grand Ballon is nog langer. De eerste 2 à 3 kilometer gaan met pakweg 7 à 9% omhoog. Dan mag je heel lang klimmen tussen de 4 en de 6%. De laatste hectometers gaan weer fluks naar de 9%. Maar de beloning boven op de Markstein is grandioos. Alleen blaast er op de Routes des Crêtes steevast een harde en koude wind.

Dus wachten we niet al te lang om verder te fietsen. Tijd om richting Schlucht te rijden, om zo af te dalen naar het hotel.

De afdaling doen we langs een relatief drukke baan. Maar na een dikke 10 minuten kan je de Route de Lispach op, waar je na een korte venijnige klim kan genieten van een prachtige omgeving.

Na 3u45 en 86 km staan we weer aan het hotel Yves en Erwin verkiezen om nog een extra lus te rijden. De anderen blijven aan het hotel, en poetsen hun fiets. Ik mag demonstreren hoe je een fiets en vooral de ketting aanpakt.

Dag twee was geslaagd. De korte regenbui kon ons niet deren. Rond de klok van 17u30 komen nog 4 man toe (Thomas, Bruno, Peter en Filip). De groep is nu compleet.

Nog een fantastisch moment : Peter wordt opgebeld door zijn Stephanie. Op dat ogenblik krijgen we ons voorgerecht. Bruno eet zijn voorgerecht op, en vraat dat van Peter. Hij eet het gewoon op!!!! "Hij moet maar niet van tafel gaan". Onwaarschijnlijk, maar enorm plezant ;-)
Woensdag 13 mei,

wat krijgen we vandaag op onze boterham? Of moet ik zeggen ... stokbrood? Er staan 2 kleppers van formaat geprogrammeerd. De Ballon D'Alsace, en de Ballon de Servance. De eerste werd al menige keer beklommen tijdens de ronde van Frankrijk, dus is die berg lastig genoeg.

De Ballon de Servance is dan weer een buitenbeentje. Eerst wacht er een stukje vals plat, maar eenmaal buiten het dorp gaat het met een ruk steiler. En vanaf dan is de berg zeer onregelmatig. De piekmomenten van 14% doen verdomd pijn. En boven valt er weinig te genieten. Je eindigt midden het bos. En dan zwijg ik nog over het rot slechte wegdek. Kortom, deze berg doet je pijn, en nog geen beetje ook.


De Ballon D'Alsace stijgt bijna gans de tijd om en bij de 7%. De weg ligt er naar Franse normen zeer goed bij. De zon is intussen in al zijn glorie aan de hemel verschenen, en straalt al behoorlijk wat warmte uit.

Zoals bij vorige dagen gaan Erwin en Yves direct voluit naar boven. De anderen houden zich iet kalmer. Voor Bruno, die geen meter trainde, gaat het wonderwel heel goed. Mocht hij meer trainen, dan zou hij zeer goed zijn voor dergelijke beklimmingen.

We hebben vandaag ook een materiaalwagen ter beschikking. Filip rijdt gans de rit met zijn wagen mee. En dat is toch wel een enorm voordeel. Je kan al je overbodige balles in de koffer leggen. Geen extra eten of drinken, geen fototoestel, geen regenjas, geen rugzak. Kortom, een onwaarschijnlijke luxe.

Boven op de Ballon D'Alsace genieten we van de heerlijke warmte. Maar toch doen de meesten hun regenjas aan, want bij een lange afdaling door bosrijk gebied, krijg je het al heel snel koud.

Eenmaal beneden rijden we op een gezapig tempo naar de volgende beklimming. En van deze zijn we niet helemaal gerust. Of toch? Eén iemand is er rotsvast van overtuigd dat het wel zal gaan. Yves heeft alle voorbij beklimmingen op een prachtige manier op zijn naam gezet. Maar .... de man met de hamer ligt genadeloos te wachten. En de klop zal kei en keihard aankomen.


Ter hoogte van Plaches-les Mines begint de beklimming van de Balllon de Servance. En deze kuitenbijter is geen eenvoudige. Eerst krijg je vals plat voor de wielen geschoven, maar langzaam aan wordt het steiler en steiler. De beklimming is zeer onregelmatig, en het wegdek is een ramp.

Bovendien is de temperatuur inmiddels opgeklommen naar ±25°, en dat zijn allemaal zaken die beginnen mee te spelen. Mijn ervaring is, dat je dergelijke bergen met veel respect beklimt. Het is allemaal een kwestie van het perfect evenwicht te vinden tussen cadans, ademhaling en hartslag. Als je dat onder controle hebt, kan je best een eindje klimmen. Wel is het soms moeilijk om te drinken tijdens de klim. Op minder steile momenten moet je zeer snel de nodige suikers opslaan.

Als ik boven aan kom, zie ik al 4 man staan. Nu ja ... staan, sommigen liggen er bij. En dan verneem ik dat Yves van zijn troon is gevallen. Hij moest zowaar 3 man voor zich laten. De man met de hamer is eventjes langs geweest. Het spreekt voor zich dat allen anderen zich verkneukelen om zoveel leed. Dat komt ervan als je je onoverwinbaar voelt.

Hoogmoed komt altijd voor de val. Arme Yves ;-)


Er is nog iemand die intussen meer dan respect gekregen heeft voor de bergen, en dat is Richard "Le plats pays". Iedereen had hem nog zo gezegd dat zijn uitspraak op de heenrit zuur zou opbreken. En vandaag was het zover. Na een harde en vermoeiende strijd kwam hij uitgeput boven. Zijn eerste woorden waren hilarisch "Morgen staat mijn fiets en mijn trui te koop op eBay". Wij allemaal plat van het lachen.

Na dat iedereen een beetje uitgerust was, werd het tijd voor de (gevaarlijke) afdaling van de Servance. Bij de Jumper aangekomen, besluiten 6 man nog 50 km bij te fietsen. Ik sukkel wat met mijn achillespees, en verkies om met de auto mee terug te keren naar het hotel. Ik had nochtans graag die extra 50 km gereden. Maar goed, een andere keer dan maar.

Na een douche is het tijd om het terras op te zoeken. De cola smaakt me. De zon doet de rest. Genieten van een nu al schitterende vakantie. En 's avonds is het helemaal te gek als iedereen nog nageniet van de leuke dag.
Donderdag 14 mei,


tijdens het ontbijt wordt er overleg gepleegd over de rit van vandaag. De reden ligt voor de hand: morgen gaan de hemelsluizen wagenwijd open. Normaal hadden de Col du Bramont nog willen doen, maar nu probeer ik die in de rit van vandaag te integreren, zonder overdreven veel kilometers te doen. Niet iedere deelnemer heeft de capaciteiten van een prof.

Ik stel voor om met de wagen naar de Col de la Schlucht te rijden. Daar af te dalen naar Münster en er de Petit ballon op te fietsen. Zij die dat niet zien zitten kunnen de laatste overslaan, en direct aan de Plaetzewasel beginnen. Vervolgens dalen we de Markstein af, en beklimmen we al laatste van de rest de Bramont.

Al snel gaat de volledige groep akkoord. En met da besluit gaat iedereen naar zijn kamer om zich klaar te maken.


Op de Schlucht is het best fris. Wetende dat we starten met een lange afdaling, is het noodzakelijk om warm te blijven. De nodige voorzieningen worden uitgehaald.

En dan begint de bijna 18 km lange afdaling naar Münster. De stad die gekend is voor zijn ooievaars. We rijden het stadje in om er de nodieg foto's te nemen, en vertrekken dan naar de Petit Ballon/Plaetzerwasel.

Maar dan slaat het noodlot (nu ja, noodlot ...) toe. Een eerste lekke band in de 4 jaar die we fietsen in de Vogezen. Onze expert van dienst (Erwin) geeft ons een lesje in het wisselen van een binnen en buitenband.
Kort nadien draaien we de Petit Ballon op. Ik stop er nog vlug eens om te plassen. Nadeel hiervan is, dat de rest al aan het klimmen is (aan 8%!!!), en ik direct op achtervolgen ben aangewezen.

Ik rij de 2de bocht in, en daar staat Stijn weer plat. Blijkbaar hebben ze slechte binnenband weer opgelegd, en de goede weggegooid!!! Man, man, man ...


In ons eerste jaar deden we de Petit Ballon ook aan, en de herinnering hieraan was dat het een loodzware klim was. Dit zorgt er voor dat je met de nodige dosis voorzichtigheid aan de klim begint. Ik geraak al snel in een goede cadans, en voor ik het besef ben ik uit het bos. Dan is het nog dik 3 kilometers naar de top. Vooral de laatste kilometer doet nog pijn, want net dan wacht een steil stuk. Maar al bij al ging het goed. Boven halen we uiteraard het verhaal nog eens boven van de rugzak van Erwin (die hij toen vergat. Gelukkig voor hem nam Geert het wel mee).

Al die tijd vergezeld Filip ons met de wagen, wat zeer aangenaam is. Boven kan je alle extra attributen uit de koffer halen om probleemloos aan de afdaling te beginnen.


Direct na de afdaling van de Petit Ballon, mag je koud starten aan de Plaetzerwasel. Ook nu weer is het zoeken naar de juiste verhoudingen van cadans, hartslag en ademhaling. Ik kom al heen vlug in mijn ritme, en haal bijna direct mijn eeuwige rivaal Peter in. Een weinig later haal ik Stijn en Geert in. Onwaarschijnlijk dat ik dit kan. In de laatste kilometer gaat het naar 12%, en krijg ik het toch best moeilijk. Maar op mijn Garmin zie ijk prefect waar ik me bevind op de klim. Ik zie elke hoogtemeter mooi aangeduid, en dat is een groot voordeel.
Moe, maar vol euforie kom ik boven. Daar staan Erwin en Yves ook al. De laatstgenoemde was weer eerst boven, al moest Erwin slechts 50 meter toegeven. Yves straalt weer als vanouds, en dat mag.

Filip, Bruno, Gino en Richard staan daar ook te wachten. Het levert er een paar leuke foto's op. Ik haal mijn hart op als Peter (eindelijk) bovenkomt. Ik duw hem over de top ;-) Ik weet dat hij voeg of laat wraak zal nemen hiervoor, maar nu mag ik ten volle genieten. HEERLIJK!!!!!


Het vervelende aan de Plaetzerwasel, is dat je aan de top nog niet op de Route des Crêtes bent. En de volgende kilometers zijn best zwaar. Maar eenmaal helemaal boven is het weer genieten van de vergezichten.

De afdaling van de Markstein is dat ook. 14,6 km dalen. En dan kom aan het Lac de Wildenstein. Wat verder ligt één de mooiste beklimmingen van de Vogezen, de Col du Bramont. Die krijgt ook de naam "Petit Alpe d'Huez". De haarspeldbochten zijn een waar plezier.

Eenmaal boven, maken we de balans op van 4 heerlijke dagen fietsen.


Uiteraard wordt alles nog eens besproken op de "Après". Diverse blonde en bruine biertjes worden gesmaakt. De leuke momenten worden nog eens bovengehaald, er volgen nog wat grappen en grollen, en dan is het helaas tijd om in te pakken.


2009 was een heerlijk Vogezen jaar!!! Grand Cru !!!

Enter the name for this tabbed section: Grinta

Zelden heeft het zoveel moeite gekost om een rit te rijden. En de rit zelf verliep ook al niet zonder problemen.

Ik begin bij het begin....


Op dinsdag 28 april had ik een rit voorzien met de collega's van het werk. Maar gezien een paar collega's de nacht hadden, of op reis waren, werd de groep al snel uitgedund tot 6 man. Maar niet getreurd, met 6 kan je veel plezier maken. Daarvoor doen we het dan ook. Maar helaas, de avond voor de rit komt daar ene Frank Deboosere zijn weerpraatje brengen op de VRT. En helaas beste mensen, morgen wacht ons een verregende dag. OK, niets aan te doen. Het weer kan je nu eenmaal niet bestellen.

Dus ... de 5 collega's worden verwittigd dat de rit wegens het slechte weer niet zal doorgaan. Uiteraard zijn ze teleurgesteld, maar ze begrijpen de beslissing.Tot ieders verbazing is het dag nadien een zonnige en vooral poerdroge dag. Dit is om te balen. Het duurt dan ook niet lang vooraleer ik de collega's hoor. Maar helaas kan ik aan dergelijke voorspellingen niet veel veranderen. De rit zal dan later verreden worden.

Donderdag 30 april

Yves en ik besluiten om naar Izegem te gaan, en daar nog eens de Izegemse Pijl te rijden. Maar eenmaal we daar aankomen, blijkt dat we het GPS bestand al verwijderd hebben van onze Garmin. stom, stom, stom ...
Daar de rit met bordjes werd bewegwijzerd, staan we daar mooi te blinken. Dan zit er niets anders op dan door te rijden met de wagen naar Doornik.

Eenmaal we daar aankomen, merken we op dat er nog niet veel bordjes hangen. Geen probleem, de rot van 100 en 150 km staan op onze Garmin. Maar al vlug blijkt dat die ons vandaag niet veel zal helpen. We vinden
de juiste weg niet naar de vertrekplaats. Dankzij een andere wielertoerist weten we dat we de gele GT merktekens op de grond moeten volgen.

En ja, na een korte tijd zien we ook de eerste bordjes opduiken. Gelukkig maar zou later blijken. Al vlug krijgen we een paar beklimmingen onder onze wielen geschoven. De eerste is die van "Vert Bois". Die best te doen. Intussen klimt de zon hoger aan de hemel, en wordt het heel aangenaam fietsweer. Na een kleine 23 km krijgen we een eerste nijdige klim aangeboden. De "Trou Robin". Met een piek van 17% dicht bij de top knarst de ketting een eerste keer.

Maar wat later begint de GPS miserie. Te Frasnes moeten we een lus volgen (waar normaal de bevoorrading voorzien is). Maar de Garmin slaat er tilt. Ofwel worden we terug naar de startplaats gestuurd, ofwel doet hij niets meer. Na diverse keren om en door Frasnes te hebben gefietst, vinden we eindelijke de juiste weg. Jammer genoeg hebben we dan al een dik half uur verloren.

Maar goed, we kunnen de pijlen volgen, en die brengen ons op goede weg. Na pakweg 37 km krijgen we zowaar een kasseistrook "aangeboden". En die gaat lekker omhoog. Eerst zachtjes, om beetje bij beetje meer te stijgen. Maar de benen malen lekker de omwentelingen rond, en onze hartslag blijft, net als de ademhaling, netjes onder controle.

Ongeveer halfweg onze rit (we reden uiteindelijk de 100 km) wordt het allemaal wat serieuzer. De Côte de Boussée dwingt ons voor het eerst uit de zadel. We lezen nog net iets van 18% op onze GPS. Maar we willen het eigenlijk niet weten.

Dan komen we aan de splitsing. En hier moeten we helaas besluiten om voor de 100 km te gaan. Die 50 meer van de grote rit zou ons in tijdsgebrek brengen. Maar niet getreurd, dat komt nog wel eens. Als we ergens het goede GPS bestand te pakken krijgen, komen we gegarandeerd eens terug.

Intussen belanden we in een meer bosrijk gebied, en mogen we genieten van de koelte die deze bossen herbergen. Vanaf dan gaat het steevast rustig op en neer, zonder dat het echt lastig wordt. We genieten dubbel en dik van alles : het weer, de omgeving, de rit. Het leven van een wielertoerist kan mooi zijn.

Zoals vaak zijn de laatste loodjes het zwaarst. Vooraleer we terug mogen naar Doornik, wachten er ons nog twee hellingen. De eerste, de Col du Jubaru is niet zo bijster lastig. Maar de kilometers laten zich al een beetje voelen. Direct na de top gaat het naar de Mont St-Aubert. En die kennen we nog van de Izegemse Pijl. Alleen nemen we die van de (volgens mij) gemakkelijke zijde. Maar eenmaal boven weet je dat de rit voorbij is, aen geniet je van de laatste meters.

Na 5u24 en 110 km staan we weer aan de Expo van Doornik. Met net geen 1200 hoogtemeters blikken we terug op een zeer geslaagde dag. Wetende dat Doornik best dicht bij Brugge ligt, is de kans reel dat we hier nog gaan terugkomen. Als we terug naar huis rijden, zien we dat de "Grinta" bordjes nu aan de start hangen. De personen die ze ophangen, wuiven ons na.

De Grinta is een schitterende rit!!! Een echte aanrader. Mooie beklimmingen, een streek die er zeer rustig bij ligt. Kortom, een waar wielerparadijs!!!
Stacks Image 1296

Enter the name for this tabbed section: Grinta bis

Héhé, het is eindelijk gelukt om de Grinta te fietsen met de collega's. Vorig jaar stond deze rit ook al op onze kalender, maar na de aankondiging van weerman Frank De Boosere (in de volksmond : Pietje de leugenaar ;-) ) werd er besloten om de rit af te gelasten. We hadden nooit mogen luisteren ...

Maar goed, gedane zaken nemen geen keer, en dus besloot ik om de rit opnieuw te organiseren. De datum werd al vlug op de vele agenda's genoteerd, donderdag 17 september. We hoopten allemaal dat de herfst nog een paar dagen verlof zou nemen.

De voorbije dagen luisterden we toch maar naar de weersvoorspellingen, en die leken ons deze keer gunstig gezind. De 8 deelnemers kregen stilaan de kriebels. Eindelijk nog eens samen een rit maken. Dat was al weer een hele tijd geleden. Geert, Peter en Kristof reden mee met mijn auto. Stijn nam Johan en Bruno mee. Richard kwam alleen uit het verre Koksijde. Na een eerste rendez-vous op een parking langs de A17 reden we samen naar Frasnes-Les-Buissenal. Dit dorp ligt een kleine 10 km voorbij Doornik, waar de Grinta normaal van start gaat. Wij kiezen echter voor deze plaats, om de rit iets in te korten. Door werkzaamheden komen we iets voor 10u00 aan. Richard is dan een goeie 5 minuten ter plaatse. We halen snel de fietsen van op of in de wagens, en maken ons klaar.

Omstreeks 10u20 vertrekken we. De zon doet zijn best om ons op te warmen, maar de stevige wind is spelbreker. Maar geen nood, al vlug komt de eerste helling van de dag. Le Saule Pendu (1140 meter) is een helling die bezaaid ligt met de door vele vervloekte kasseien. Maar deze kuitenbijter is alleen tot halfweg lastig (max 10%). Dan vervlakt hij (zij?), wat het weer gemakkelijker maakt. Maar het is er eentje waardoor je warm krijgt.

En nadien volgen nog vele andere "bulten" waar we van twijfelen of ze wel een naam hebben. Je krijgt hier amper één meter vlak. Maar dat kan de pret niet drukken. Na elke helling wordt er stoom afgelaten. Het spreekt voor zich dat we een paar lekke banden gingen krijgen. Stijn is de eerste die ermee krijgt af te rekenen. Ik geef intussen nog wat uitleg aan Bruno over de Garmin Edge 705 die ons vandaag doorheen het Pays Des Collines brengt. Ik heb de rit samengesteld met Garmin Roadtrip, maar ik riep de hulp in van een GPX bestand op een website. Ik maakte de rit zo volledig na. Ik moet eerlijk toegeven dat ik blij was dat de pijlen van de toertocht nog zichtbaar waren. Want anders waren we gegarandderd een paar keer verkeerd gereden.

Maar goed, terug naar Stijn en zijn lekke band. Als het euvel verholpen is, komt hij naar Bruno, Johan en mezelf. En net op dat moment sta ik ook plat. Onwaarschijnlijk. Ik begrijp niet hoe het kan, want toen ik stond te praten met Bruno, was de band nog keihard. Na een kleine 5 minuten zijn we weer op pad. Maar ver fietsen we niet, want er lonkt een terras naar ons. De zon geeft lekker veel warmte, en we genieten dan ook van dit moment. We stoppen bij "Chalet Gerard". Peter is de enige alcohol neemt. Niet veel later is hij bezig over "Chalet Renard". ja ja, Peter, het zijn ferme bergen die we vandaag beklimmen ;-)

Na deze aangename tussenstop gaan we de finale in. We krijgen 3 relatief zware beklimmingen in een korte tijdspanne, allemaal in de omgeving van Saint-Sauveur. Net voor de eerste helling bof ik over mijn toch wel lage hartslag. Ik fiets aan amper 100 hrm. Maar een beetje verder is het stoempen, en slaat mijn hart richting 164. ja ja, rustige hartslag!!! Op de laatste helling zien we weer onze startplaats. We krijgen hier een werkelijk schitterende afdaling. Ik haal er zowaar 77,78 km/u (volgens mijn Garmin). Ik reed nooit sneller dan dit. Ik wist het ook niet, want anders zou ik zeker in de remmen zijn gegaan.

Na 3u45" staan we weer waar we vertrokken. We reden in die tijdspanne 81,2 km. De gemiddelde snelheid was 21,6 km/u. Maar deze cijfers zijn niet belangrijk. We hadden mede door het weer een hele toffe dag. Als teambuilding kan dit wel tellen. En dat allemaal in onze vrije tijd.

Tot de volgende rit.



PS : De afwezigen hadden helaas ongelijk. En ... geen excuses!!! Koersen verdomme!!!

Enter the name for this tabbed section: Izegemse pijl

Terwijl gans wielergek Vlaanderen afzakt naar Oudnaarde om er de Peter van Petegem classic te rijden, beslissen Yves en ik om naar Izegem te gaan. Volgens de website van de Vlaamse Wielrijdersbond kan je daar de Izegemse Pijl rijden. Peter van het werk wist me te vertellen dat het een hele mooie rit is. Dus ... wij naar Izegem, meer bepaald naar Kachtem. Om 8u15 vertrokken we in de ochtendmist richting Kortrijk (scippen tegen je sceen'n, je weet wel hé ;-) ). Vandaar naar Dottenijs en verder naar Doornik. Jammer genoeg verdwijnt het zonnetje achter een dikke en vooral hardnekkige laag mist. En daar waren we niet op voorzien. Zolang je fietst is alles OK, maar eenmaal je stilstaat en weer moet vertrekken, is het bibberen.

De eerste noemenswaardige beklimming is de Mont St-Aubert. Ik had er al van gehoord, maar nu zal ik ze nooit meer vergeten. Dedju, die doet zeer. Door de mist konden we ook niet genieten van de mooie omgeving. Dat zal voor een andere keer zijn. De helling is ± 1500 meter lang, en op gemiddeld 10%. Vooral de piek deed pijn. Boven wacht ons de eerste bevoorrading. We zijn 45 km ver. Vanaf nu krijgen we geen vlakke stukken meer. Constant gaat het op en neer. En af en toe zit er dan een beklimming bij van een bult-die-een-naam heeft.

Wat ons ondanks de mist wel aangenaam verrast, is de omgeving. Het is er stil, het verkeer is er pakken rustiger, kortom een plezier om er te fietsen. Velen kennen het Pays des Collines niet, maar als je er eens geweest bent, wil je terugkomen. Als we de 90 km grens naderen, kruisen we de deelnemers van de Peter van Petegem Classic. Bij momenten vliegen er honderden renners naar beneden. dat zorgt dat we soms met de rem op rijden. Maar eens we in de omgeving van Ronse komen, zien we hen niet meer. Te Rons wacht de Kanarieberg. Deze knoert brengt je naar het Muziekbos te Louise-Marie. Het ijken wel namen uit een poëzie album. Maar veel poëtisch is er niet aan de klim. Halfweg wacht een kleine stijging die je naar adem doet happen. 18% is verdomd veel. Maar ook dit overleven we weer. Alez, Yves beter dan ik. Yves rijdt heel goed, het mag gezegd.

Na 120 km krijgen we de Kluisberg voor onze wielen geschoven. Bij mij is wat het klimmen betreft, het beste kruid verschoten. Maar ik weiger mijn triple in te schakelen. Keihard zijn!!! De bevoorrading boven is in een lokaal café, maar we laten die letterlijk en figuurlijk links liggen. Intussen beslist Yves om er vanaf daar een "lap" op te geven. Ik geef hem zijn vrijheid. Ik zie wel waar ik uitkom. Ter hoogte van de Tiegemberg zien we warempel de zon een schuchtere poging doen om door te breken. En ja , het lukt. Ettelijke kilometers verder rijden we onder een stralende zon. De resterende 30 km worden zo plezierig. Op een goeie 22 km voor Izegem haal ik een kleine groep in van 6 jonge gasten. Ik denk te kunnen uitrusten, maar ik wordt voorzichtig in de koppositie geduwd. Ok, als het zo zit, dan duw ik een tandje bij. De zon doet me mijn stilaan zuren benen vergeten, en ik haal relatief gemakkelijk 3é km/u tegen de wind in. Ik verschiet eigenlijk van mezelf.

Ik hou intussen de wijze woorden van Peter in mijn achterhoofd. Voor een bocht kleiner schakelen, na de bocht weer naar de juiste cadans, en hoger schakelen. 10 km verder zijn er nog slecht 2 man van de 6 die me volgen. Een 3de man is uit de achtergrond komen aansluiten. Na een korte pauze aan een overweg, schieten we weer verder. En intussen flirt de snelheid met de kaap van 36 km/u. Voor mijn doen zeer goed. De anderen volgen, en nemen niet over. Of toch, in de laatste kilometer schieten er 2 weg. Maar ik ben al lang tevreden over mijn rit. Aan de aankomst staat Yves al te genieten van de zon.

Na een lekkere boterham en een frisse Cola plaatsen we de fietsen op de fietsendrager van mijn auto, en bollen we naar Brugge. We zijn het er beiden over eens, dit was een hele mooie rit. Wie weet staan we er volgend jaar weer. En dan hopelijk met de zon gans de dag van de partij.

Stacks Image 1339

Enter the name for this tabbed section: Heuvelland

Yves en ik hadden de rit van Roeselare naar Heuvelland en terug al een tijdje op onze fiets kalender staan. Alleen was er twijfel of we met de wagen naar de start zouden gaan, of met de fiets naar Roeselare. Daar geen van ons twee de wagen kon hebben (onze dames stelden hun veto ;-) ), was de keuze al snel gemaakt. Alleen, zouden we de afstand aan kunnen? De rot zelf is geen probleem. 120 km deden we nog, ook al zijn er enkel beklimmingen bij. Maar de rit naar en van Roeselare, zou dat lukken? We spreken al snel over 65 km extra. De teller zou dus rond de 185 km komen te staan.

Zaterdag, 7u00. De thermometer wijst 0° aan. Koud dus. Maar Sabine de weervrouw voorspelt een hele mooie dag. Zo goed als geen wind, en een aangename lentedag. Een uur later staan Yves en ik klaar om naar Roeselare te rijden. Onderweg komen we Peter en Kristof tegen. We kiezen voor onze eigen snelheid, en laten ze rustig verder van ons weg rijden.

Via de rustige binnenbanen rijden waar Roeselare. Bij aankomst staan er al 35 km's op de GPS. Inschrijven, en weg wezen. We rijden al vlug naar Ieper, waar we stilaan in de heuvelzone komen. We worden bijna vergats van de uitlaten van de old-timers die ons voorbij snellen. Mooi, maar een ramp voor de sportieve medemens.

In de verte zien we intussen de Kemmelberg stralen in de zon. Net voor de beklimming is de eerste bevoorrading. Als we verder fietsen, gaan we niet de steilste kant op van de Kemmel. Niet getreurd, er komen nog "bergen". De volgende 40 km krijgen we een pak hellingen te verwerken. De één al lastiger dan de ander. Sommige zijn echt steil. Anderen houden het eerder wat kalmer. Maar je voelt ze wel in je benen. Ook opvallend, weinigen rijden de 120 km.

Wat ook enorm opvalt is de staat van de Franse baantjes. We durven al eens klagen over de staat van die "boerewegels" in ons land, maar in Frankrijk is dat pas echt een ramp. We zijn blij als we zonder kleerscheuren weer de grens over gaan. Bij de 2de bevoorrading is het echt genieten van de zon. Als we weer verder fietsen krijg ik het een beetje moeilijk. Ik krijg wat last van mijn rug. Maar na een kilometer of vijf, verdwijnt het even snel als de last kwam. We tellen intussen stilletjes af naar Roeselare. En die kilometers gaan snel. De wind die opkwam, blaast in ons voordeel, althans voorlopig.


Als we te Roeselare aankomen, staan er 157 km op de teller. De rit was volgens de Garmin GPS 123 km lang. Vlug een Cola en een lekkere boterham (aangeboden door de organisatie), en terug naar Brugge. De wind staat nu lichtjes in ons nadeel, maar Yves heeft nu power genoeg over om aan de kop te rijden. Ik rij dankbaar achter hem. Hoe dichter we bij Brugge komen, hoe meer we bij de magische grens van 200 km komen. Daar ik nog bij mijn vader langs moet, halen we die kaap probleemloos.

Ik had nooit durven denken dat we 200 km zouden rijden. We zijn best fier op die prestatie!!!

Stacks Image 1347